Het ontstaan van judo

De Dojo

Banden en Slippen

Wie niet sterk is moet slim zijn

De judomat

Hoe moet je je judopak aantrekken

Judo etiquette

Het judopak

Hoe moet je je judopak opvouwen

Hygiëne

Puntentelling

 

    Ontstaan van Judo 

 

Judo is een sport voor iedereen. Voor jong en oud en voor zowel meisjes als jongens. Duizenden judoka's beoefenen in de recreatieve sfeer met veel enthousiasme de judosport. Daarnaast is judo ook een Olympische wedstrijdsport. Wie kent onze Olympische medaillewinnaars Anton Geesink, Wim Ruska, Henk Numan, Ben Spijkers, lrene de Kok, Theo Meijer, Mark Huizinga, Claudia Zwiers en Jenny Gal niet. Veel judoka's zijn actief in de wedstrijdsport. Zij trachten elkaar met een judoworp op de mat te werpen of hun tegenstander met behulp van een grondtechniek onder controle te krijgen. Een judoka gebruikt de kracht van zijn tegenstander om deze te overmeesteren. Judo werd door Jigoro Kano (1860-1938) ontwikkeld vanuit de traditionele Japanse vechtkunst Jiu-Jitsu. Voor de pedagoog Kano was Judo niet zomaar een sport. Hij beschouwde het vooral als een opvoedkundige methode. Door Judo leer je positief omgaan met agressie. Judo is bovendien beschaafd. Zonder je tegenstander te blesseren, leer je hem of haar te overmeesteren. Een van de belangrijkste uitspraken van Jigoro Kano luidt: 'Judo kun je alleen maar leren door het te doen!'

Hoewel judo een typische Zen-kunst is en tegelijkertijd een filosofie, een esthetiek, een theorie en een praktijk, gebaseerd op het menselijk instinct, wordt het door het merendeel der beoefenaren niet zo gezien. In de Kodokan (= het huis waar men de Tao of Do, de filosofie van het unieke principe, leert) spreekt men er niet veel over; judo is alleen sport geworden. Het filosofische beginsel leeft echter nog sterk in Japan. Men zou judo kunnen definiëren als een eclectisch stelsel van gevechtstechnieken, die door Jigoro Kano met een opvoedkundig doel zijn samengevoegd. Gunji Koizumi beschreef judo als een wetenschap van studie van de potentiële krachten van lichaam en geest en van de manier om ze in gevechtstechnieken zo doelmatig mogelijk toe te passen. Daarom heeft het judo te maken met het bestuderen van de wetten der zwaartekracht, dynamica en mechanica, voor zover betrekking hebbend op de functie van het menselijk lichaam en de interrelatie van fysieke, mentale, emotionele en gevoelsmatige acties en reacties en is gebaseerd op een voortdurende en vlijtige training. De gevolgen, die de judotraining heeft op de staat van lichaam en geest, vormen de werkelijke waarde ervan voor ons leven; aldus Koizumi. Doelmatigheid in judo is dus wel een essentieel aspect, maar is slechts middel en niet doel.

Oorsprong en geschiedenis van jiu-jitsu en judo

Sinds zijn ontstaan heeft de mens, met instinct voor zelfbehoud, gevochten en werd daardoor geïnspireerd zijn lichamelijke vaardigheid te ontwikkelen en te verbeteren en zijn lichaamskracht zo doelmatig mogelijk te gebruiken. Bij de pogingen daartoe waren milieu en levensomstandigheden van invloed op de variaties in de ontwikkeling. Daar het doel en de lichaamsmechanica gemeenschappelijk waren, konden de resultaten niet zo geheel verschillend zijn. Zonder twijfel is dat de reden van het over de wereld verspreid aantreffen van gegevens over gevechtstechnieken, die met jiu-jitsu overeenkomen en anderzijds over het gebrek aan gegevens betreffende het ontstaan van jiu-jitsu. De verscheidene opvattingen over oorsprong en ontstaan van jiu-jitsu zijn vaak gebaseerd op verhalen over bepaalde scholen of op zeldzame en vaak niet betrouwbare manuscripten, niet alleen uit Japan,
maar ook uit China, Perzië, Egypte en Duitsland.

Voorgeschiedenis

Volgens T. Shidachi (een leerling van Jigoro Kano) is de oorsprong van jiu-jitsu niet duidelijk en is de tijd van eerste uitvoering niet bekend. Het is naar zijn mening zonder twijfel een zuiver Japanse kunst en niet afkomstig uit China, zoals ook wordt beweerd, hoewel invloed van Kempo, meegebracht door de Chinees Chin-Genpin (ca. 1659) buiten twijfel is. Het jiu-jitsu (ook wel bekend onder de namen yawara, tai-jutsu, wajutsu, komiuchi e.a.) bestond buiten het vechten met een wakizashi (een zeer kort zwaard) onder meer uit werpen, slaan, stoten (met vuist) en steken (met vingers), trappen, verwurgen, aanvallen op gewrichten (buigen en verdraaien) en het er onder houden van de tegenstander. Er zijn voldoende gegevens, die aantonen dat jiu-jitsu in Japan door de Samurai werd ontwikkeld gedurende de feodale tijd (12e -19e eeuw). Ingevolge hun positie (krijgsverrichtingen en handhaving van wet en orde) was jiu-jitsu voor hen een gemonopoliseerde training; nieuwe technieken werden zorgvuldig door hen als een familie- of schoolgeheim bewaard. Aanvankelijk moeten de technieken tamelijk primitief zijn geweest, maar in de periode van de 16e tot de 19e eeuw waren er bekwame meesters, die scholen (ryu) oprichtten, ieder naar zijn eigen opvatting met hun speciale technieken, die werden opgetekend in geheime geschriften (Densho). De oudste school is de Takenouchi-Ryu (ca. 1532), waar Kogusoku werd beoefend. De Kito-Ryu is (vermoedelijk) opgericht in het midden van de 17e eeuw door Ibaragi. Fukuno Shichiroemon was de tweede leraar; hij leerde vermoedelijk van Chin-Genpin. Op deze school werd veel aandacht besteed aan nage-waza, terwijl ook kata werden ontwikkeld. Terade van de Jikishin-Ryu had de naam judo reeds gebruikt, zoals sommige historische werken vermelden.

Andere bekende scholen waren Kiushin-Ryu, Sekiguchi-Ryu, Shibukawa-Ryu, Yoshin-Ryu en de Tenshin- Ryu. Het is opvallend, dat bijna al deze scholen zijn ontstaan in het hart van Japan. In de laatste helft van de 18e eeuw kreeg het jiu-jitsu eveneens vaste voet in diverse provincies, totdat het begon terug te lopen met de dreigende val van het feodalisme.

Japans isolement

Het eerste contact van het Westen met Japan was in 1552, toen een groep Portugezen landde op het eiland Tanegashima en vuurwapens invoerde. Tussen 1609 en 1613 werden de eerste handelsakkoorden gesloten tussen Japan, Holland, China en Engeland. Wetten van Shogun Iemitsu in 1633 verboden de Japanners zich buiten de grenzen te begeven. In 1639 werden de Portugezen verbannen en - behalve enkele Hollandse kooplieden - spoedig ook alle andere Europeanen. In 1853 ging Commodore Perry naar Japan en eerst het jaar daarop, dus in 1854, stelde Japan onder druk van Amerika de havens open voor Amerikaanse schepen, waarmede de Westerse invloed in Japan definitief zijn intrede deed. In 1867 kwam er een einde aan het feodalisme en de Shogun-regering van Tokugawa door het herstel van de keizerlijke autoriteit met de troonsbestijging door keizer Meiji. In de daarop volgende Meiji-periode met moderne opvattingen werd de Samurais een verboden groep (1871). Vele Ryu werden gesloten, sommige meesters pleegden zelfmoord, vele jongeren zochten een nieuw beroep, anderen verzamelden zich in benden en oefenden terreur uit.
Golven van reacties tegen radicale vernieuwingen brachten echter jiu-jitsu weer aan de oppervlakte, nadat het gedurende een tiental jaren vervallen was tot een relikwie van het verleden. De verdiensten werden opnieuw bezien; politie- en leger- marine-autoriteiten toonden veel belangstelling en op dat ogenblik deed judo zijn intrede.

Voorbereidende studie (1876 - 1881)

Jigoro Kano, geboren op 28 oktober 1860 te Kikage, begon als 16-jarige te studeren aan de Keizerlijke Universiteit te Tokyo en behaalde op 21-jarige leeftijd zijn graad. Hij deed aan vele sporten, waaronder baseball en gymnastiek, doch zijn lichaamsbouw en geringe fysieke mogelijkheden stonden grote prestaties in de weg. Hij had gehoord van jiu-jitsu, een kunst waarmede de fysiek zwakkere een tegenstander met herculische krachten zelfs zou kunnen verslaan, hetgeen hem zo aantrok, dat hij in 1876 besloot jiu-jitsu te gaan beoefenen. Als gevolg van de gewijzigde sociale omstandigheden in de Meiji-periode ( zoals eerder vermeld) kostte het Jigoro Kano veel moeite goede leermeesters te vinden. Hij studeerde bij H. Fukuda en M. Iso op de Tenshin- Shinyo-Ryu en ging na de dood van M. Iso over naar de Kito-Ryu. Als resultaat van zijn studie van sumo en Europees worstelen introduceerde Kano de gata-guruma. Daarna ontwikkelde hij de koshi-waza. Niet tevreden ging hij door met onderzoeken, combineren, elimineren en systematiseren en introduceerde hij zijn ashi-waza. Na 1900, als gevolg van overwinningen van de jiu-jitsu-vechter Tanabe in katame-waza, gaf hij daaraan grote aandacht; voordien had tachi-waza de voorkeur. Kano kwam tot de conclusie, dat het jiu-jitsu van de diverse Ryu veel goeds had, doch lang niet volmaakt was; bovendien was de beoefening van het jiu-jitsu volgens de oude stijl feitelijk een harde, op vernietiging gerichte, gevechtskunst. Na een grondige vergelijkende studie creëerde hij een nieuw systeem voor lichamelijke opvoeding en geestelijke vorming, waarin het wedstrijdelement een wezenlijk onderdeel bleef, doch nooit hoofdzaak mocht zijn. Het doel was het streven naar een volmaakte harmonie van lichaam en geest door toepassing van het principe "doelmatig gebruik van energie, zowel geestelijk als lichamelijk". Kano noemde het JUDO, ervan uitgaande dat het niet alleen ging om Jutsu (= kunst, praktijk), maar vooral om Do (Chinees Tao = weg/principe).

Oprichting Kodokan (1882)

Toen professor Jigoro Kano besloot zijn concept in de praktijk te brengen leefde hij in de Boeddhistische tempel Eishoji. Als eerste stap inviteerde hij enige studenten van het Gakushuin College, waar hij docent was en van de Kobun Gakuin, zijn privé-school voor Engels. Hij gebruikte zijn eigen kamer van 12 tatamis (5,49 x 3,66 meter). Zo werd de Kodokan opgericht in 1882. De Kodokan begon in de loop van dat jaar met 22 leerlingen, waarvan er vier beroemd werden: T. Tomita - de eerste leerling van Jigoro Kano; Y. Yamashita - die het judo in de V.S. bracht (1903) en o.a. als leerling had president Theodore Roosevelt; S. Yokohama - die met zijn enorme techniek en kracht in de wedstrijden tegen de jiu-jitsu-ryu de bijnaam "de duivel" (Oni) kreeg; S. Saigo - die met zijn yama-arashi opzien baarde. Kano zocht geen publiciteit bij zijn studie van het judo en gebood zijn leerlingen om gevechten met andere scholen te vermijden. Na enkele provocerende uitdagingen, die uitliepen op duidelijke overwinningen van S. Saigo en T. Tomita op hun tegenstanders, kon een openlijke confrontatie niet langer uitblijven

Erkenning Kodokan (1886)

Op een door de nieuwe hoofdcommissaris Mishima speciaal bijeengeroepen toernooi op 10 juni 1886 op het hoofdbureau van politie te Tokyo kwam het Kodokan-team te staan tegenover 15 bekende jiu-jitsu-vechters. Het Kodokan-judo bewees zijn superioriteit door in die ontmoeting 15 overwinningen te behalen en 2 onbesliste partijen te maken. Dat eclatante succes en andere opmerkelijke resultaten veranderden de publieke opinie tenslotte ten gunste van het judo en gaf daaraan een hechte basis. Jiu-jitsu-scholen bestaan nog steeds in Japan, maar hun conservatisme en dogmatisch individualisme houden hen in een statische positie, overschaduwd door het steeds progressieve judo. In augustus 1888 verklaarde Jigoro Kano: "In onze Kodokan hebben wij een geheel nieuwe kunst ontwikkeld, onafhankelijk van al de oude Ryu; wij hebben slechts basiselementen van die scholen gebruikt. Daarom noemen wij onze kunst eenvoudig Kodokan-judo en niet school "zo" of "zo". Iedere school heeft zijn geschiedenis en ontwikkeling. Kodokan-judo heeft geen oorsprong; het is uniek in de wereld".

Verspreiding van het judo

In 1889 ging Jigoro Kano naar Europa om daar de methoden van onderwijs te bestuderen. Naast enige professoraten bekleedde hij diverse functies in de sector van het onderwijs. Op 26 februari 1899 arriveerde Yukio-Tani in Londen, gevolgd door S.K. Uyenishi in 1900, Taro Mikaye enige jaren later en Aiktaro Ohno in 1905. In mei 1906 arriveerde de later zo bekend geworden Gunji Koizumi, die in
1918 met Y. Tani de "Budokwai" oprichtte. Met uitzondering van de twee laatstgenoemden waren in 1911 allen weer uit Engeland verdwenen. In 1903 ging Y. Yamashita naar de V.S. en gaf ondermeer onderricht aan president Theodore Roosevelt. Enkele Engelsen en Fransen trainden in de Kodokan en brachten de kennis mee naar hun land. In Japan werd rond 1900 het judo op de middelbare scholen en de universiteiten ingevoerd als onderdeel van de lichamelijke opvoeding.

Reorganisatie Kodokan (1909)

Het onderricht in die tijd werd als een soort "zending" beschouwd; leerlingen werden toegelaten voor de nominale kosten of gratis en in sommige gevallen kregen zij zelfs kost en inwoning. De Kodokan maakte geen kosten en de kleding werd gratis geleverd. Toen professor Jigoro Kano nog vrijgezel was waren zijn persoonlijke uitgaven gering, maar de onderhoudskosten van de Kodokan en de Bobunkan, alsmede de voeding van diverse van zijn leerlingen, werden niet gedekt door zijn inkomen. Daarom moest hij vaak vertaalwerk (uit het Engels) aannemen om de tekorten te kunnen opvangen. Toen dat niet langer ging besloot Jigoro Kano tot reorganisatie en in mei 1909 werd bij de Kodokan voor het eerst inschrijfgeld en contributie geheven. De leiding werd verzorgd door een uitgebreide staf. In 1911 werd een afdeling "opleiding judoleraren" opgericht, die nu niet meer als zodanig bestaat.

Begin huidige ontwikkeling (1922)

In 1922 voltooide Jigoro Kano zijn systeem met ondermeer katame-waza. De "Kodokan Raad van Yudansha" werd ingesteld en de "Kodokan Culturele Gemeenschap" werd gevestigd met de leuzen:
 

In 1909 werd professor Jigoro Kano lid van het "Internationaal Olympisch Comité" en bezocht, beginnend met de 5e Olympische Spelen in Stockholm (1912) alle volgende Olympische Spelen, waaronder de 9e in Amsterdam in 1928. Toen hij daarvan terugkwam had hij voor het eerst hoop, dat judo eens op de Olympische Spelen zou komen. Op de I.O.C.-vergadering in 1938 te Cairo slaagde de Shihan erin Tokyo aangewezen te krijgen voor het houden van de 12e Olympische Spelen. Dat was het laatste wat deze opmerkelijke man, klein van stuk, maar van uitzonderlijk formaat op velerlei gebied, voor de internationale sport kon doen. Deze "vader" van de lichamelijke opvoeding en de sport in Japan en grondlegger van het judo overleed aan longontsteking op de terugreis van Cairo naar Japan aan boord van het S.S. "Hikawa Maru" op 4 mei 1938. De onbeschreven periode (1938 - 1945) Na het plotseling overlijden van professor Jigoro Kano werd N. Jiro de tweede president van de Kodokan (1938 - 1946). Door de omstandigheden van de Tweede wereldoorlog kreeg het judo een ernstige terugslag, niet alleen in Japan, maar ook elders in de wereld.

Herleving van het judo

Na de oorlog steeg het enthousiasme voor judo hoog door geheel Japan. De eerste judokampioenschappen werden gehouden in 1948. De "All Japan Judo Association" werd opgericht in 1949. In Europa werd de "Europese Judo Unie" (E.J.U.) (weer) opgericht in 1948 en de "Internationale Judo Federatie" (I.J.F.) kwam tot stand in 1953. Als gevolg daarvan werden in Tokyo de eerste Wereldkampioenschappen judo gehouden in 1956 en de tweede in 1958. Bij de 3e Wereldkampioenschappen in 1961 werd de Japanse wedstrijdhegemonie in Parijs doorbroken door Anton Geesink, die aldaar wereldkampioen judo werd, in 1964 Olympisch goud (alle categorieën) verwierf in Tokyo en zijn tweede wereldtitel (zwaargewicht) behaalde in 1965 in Rio de Janeiro. Willem Ruska prolongeerde die Nederlandse successen door zijn wereldkampioenschap zwaargewicht in 1967 in Salt Lake City en in 1971 in Ludwigshafen (zwaargewicht) en dan nog eens tweemaal goud (zwaargewicht en alle categorieën) bij de Olympische Spelen in 1972 in München.

 

 

    Wie niet sterk is moet slim zijn 

 

Aan brute spierkracht heb je bij Judo niet veel. Aan pienter uitgedachte verdedigingstechnieken des te meer. Judo is een verdedigingssport. Het gaat erom dat je iemand te slim af bent. Je leert technieken waarmee je een groter persoon op de grond kunt werpen. Hoe? Door hem uit balans te brengen. Stel: die pestkop uit je klas trekt hard aan je mouw. Jij trekt de andere kant op. Je kunt wel blijven trekken, maar wat als je plotseling mee zou geven? Juist! Die pestkop raakt uit balans en valt.

 


    De judomat 

Tijdens een judotraining moet een judoka heel wat keren een val maken. Hij moet dat kunnen doen op een ondergrond die niet te hard is, maar ook niet te zacht. Vroeger vond je in veel dojo´s de originele Japanse Tatami´s (=judomatten). Deze mat is 188 cm lang, 94 cm breed en 6 cm dik en gemaakt van geperst rijststro. De bovenkant is gemaakt van zeer fijn geweven igusa-riet. Dit riet is zo fijn geweven dat er zelfs geen water doorheen kan.

 

Deze tatami vind je in alle Japanse woningen met dit verschil, dat de mat aan de lange zijden is afgezet met een 2 cm breed zwart lint. De Japanners bouwen hun huizen dan ook op de afmeting van de matten. Ze zeggen daar niet “ik heb een kamer van 3.60 bij 3.60 meter” maar “ ik heb een 8 matten kamer”. Om de matten zo schoon mogelijk te houden, moet je bij het betreden van een Japanse woning of hotel je schoenen uitdoen. Deze worden in een speciaal daarvoor bestemd rekje geplaatst en je krijgt hiervoor in de plaats een paar slippers aan je voeten. Deze slippers moet je ook weer uitdoen als je de hotelkamer binnengaat.

 

In de Japanse dojo is het hel vloeroppervlak bedekt met deze tatami. De Japanse rijststro tatami is er hard maar de vloer is zo gelegd dat het gehele vloeroppervlak mee-veert als er wordt gevallen. Je kunt je voorstellen dat er maar weinig dojo´s op deze manier zijn ingericht vanwege de hoge kosten. Behalve dat de Japanse tatami´s bijna niet meer te betalen zijn, zijn ze ook erg zwaar en geven veel stof. De matten die je tegenwoordig in bijna elke westerse dojo tegenkomt zijn gemaakt van kunststof. Ze hebben het voordeel dat ze behalve een uitstekende schokdemping, ook weinig problemen geven bij het leggen en het opruimen. Ze zijn redelijk licht en makkelijk schoon te houden. Deze matten zijn er in verschillende maten. De meest gangbare maat is 2 meter bij 1 meter, maar er zijn ook matten van 1 meter bij 1 meter en deze zijn natuurlijk nog beter te hanteren. Wil je zien hoe een wedstrijdmat is opgebouwd klik dan hier.

 

De judomatten hebben een heel sterke antisliplaag aan de onderkant waardoor ze nagenoeg niet schuiven. Dat is ook wel nodig, want met je tenen tussen twee matten komen is niet zo plezierig!!!!! De buitenrand van het matoppervlak bestaat meestal uit rode matten om zo de gevarenzone aan te duiden.

 

    Het judopak 

Bij judo hoort een speciaal pak. Sommige judoka's noemen hun pak 'Kimono'. Dit is niet helemaal juist. De kimono is de traditionele kleding voor de Japanse vrouw of man. Tegenwoordig wordt de kimono hoofdzakelijk alleen nog op feestdagen gedragen. Een echte zijden kimono is een kostbaar bezit en wordt dan ook doorgegeven van moeder op dochter en van vader op zoon. Vrouwen dragen een ander soort kimono dan de mannen. Jonge meisjes dragen een vrolijk gekleurde kimono en de oudere dames een met minder uitbundige kleuren. De kimono van de man is altijd donkerder van kleur. Het dragen en omdoen van een kimono is niet zo makkelijk. Veel vrouwen nemen zelfs les om dit te leren.

 

Bij judo is dit anders. Jongens en meisjes dragen dezelfde kleuren. Een judopak het een 'Judogi' of gewoon 'Gi' en bestaat uit een broek, een jas en een band. De judojas is van stevig dubbel geweven katoen, want er wordt flink aan getrokken. Dat zul je vast wel merken. De lengte van de jas is langer dan bijvoorbeeld bij karate, maar korter dan de Japanse kimono of “Yukata” (een soort avondkimono). Zo heb je ook de Kendogi en de Karategi. Bij kendo (ook een oosterse vechtsport) houdt een gesp de jas in het midden ter hoogte van de borst vast. De judojas heeft geen knopen of gespen of iets dergelijks. Dat zou te gevaarlijk zijn. Je zou jezelf of iemand anders kunnen verwonden.

 

Het traditionele judopak is wit van kleur. Je kunt dan het makkelijkst zien of het vuil is en gewassen moet worden. Op de Europese wedstrijden zien we eveneens het blauwe judopak. Anton Geesink is de initiatiefnemer en promotor van het blauwe wedstrijdpak. Het doel van zo´n blauw pak is meer duidelijkheid voor de toeschouwers en de scheidsrechters, wie nu eigenlijk wie is. Vooralsnog volgen de landen als Japan en Korea uit overweging van traditionele aard deze trend nog niet graag.

 

Meer dan in welke vechtkunst ook speelt de kleding een grote rol in het judo. Door middel van de kleding kun je je tegenstander op diverse manieren vastpakken, trekken en duwen en zo dus uit balans brengen.

 

Je draagt bij judo geen schoenen. Doordat je op blote voeten werkt, heb je een betere grip op de mat en ben je ook beter in staat om je balans te bewaren.

 

  Hoe moet je je Judogi aantrekken? 

Bij het aantrekken van de broek zorg je ervoor dat de lusjes aan de voorkant zitten. Het lint dat door de bovenkant gaat eerst goed aantrekken, daarna aan de voorkant aan twee kanten door de lusjes halen en met een strik goed vastknopen. Voor de allerkleinsten onder ons zijn er ook broeken met een elastiek. Dat is natuurlijk wel zo makkelijk.

 

Je judojas wordt links over rechts dichtgeslagen en dichtgebonden door de judoband. (OBI)

 

Afhankelijk van de buikomvang van de judoka´s is de band ongeveer 2.40 tot 3.00 meter lang. Vrouwen droegen vroeger een speciale vrouwenband: een zwarte band met een witte lijn in het midden over de gehele lengte. Het knopen van de band gebeurd op een speciale manier en dat levert voor de beginner nog al wat problemen op.

 

Meest gebruikte manier stap voor stap.

Houd band voor buik zodat links en rechts even lang zijn.

Kruis uiteinden achter rug en breng weer naar voren.

Kruis beide uiteinden onder beiden windingen door.

Maak laatste knoop met beide uiteinden.

Klaar voor de training/wedstrijd.

 

2e wat moeilijkere manier stap voor stap. Deze manier van knopen wordt o.a. gebruikt door beoefenaars van de kata en bij wedstrijden omdat bij deze manier van knopen beide windingen als 1 lijn over de rug lopen.

Houd het korte eind van band in rechterhand voor buik.

Met linkerhand lange band om middel draaien.

Band voor 2e keer om middel draaien.

Lange uiteinde onder beide windingen doorhalen en aantrekken.

Laatste platte knoop met beide uiteinden maken.

Klaar voor de training/wedstrijd

  Hoe moet je je Judogi opvouwen? 

Er zijn verschillende manieren om je Judogi op te vouwen. Een van die manieren gaat als volgt:

Leg de jas neer met de mouwen horizontaal.

Vouw de mouwen een voor een naar binnen tot aan de revers.

Leg de broek in de lengte in het midden van de jas.

Vouw nu de rechterkant van de jas over de broek en vervolgens de linkerkant van de jas over de rechterkant.

Neem met beide handen de onderkant van de jas op ongeveer 2/3 van de totale lengte en vouw dit gedeelte naar boven.

Het bovenste gedeelte van de jas vouw je hier overheen.

Je hebt nu een klein pakketje dat je door middel van je band samen kunt binden.


  De Judo-Etiquette 

 

  De DOJO 

 

Letterlijk betekend DOJO plaats (jo) waar de weg (do) geleerd wordt. De weg die wij leren en beoefenen is de weg van het judo. Er zijn namelijk ook dojo´s waar een andere Japanse weg beoefend wordt zoals karate, aikido ens. Oorspronkelijk had het woord dojo een religieuze betekenis. Men bedoelde er een stuk heilige grond mee. Later gebruikten Boeddhistische monniken de term dojo voor de plaats waar ze hun meditatieoefeningen deden. Veel judoverenigingen beoefenen hun sport in een gymzaal omdat ze iet over een vaste ruimte kunnen beschikken. Eigenlijk maakt dat ook helemaal niet uit. Op het moment dat er matten in de zaal liggen en een aantal judoka´s bezig zijn met judo, is deze oefenruimte ook een dojo. Natuurlijk is de droom van elke judoclub, judoleraar of leerling een eigen vaste dojo te hebben. Een ruimte die alleen gebruikt wordt voor het beoefenen van budo (de verzamelnaam voor oosterse vechtsporten). Je hoeft dan niet meer voor elke training te slepen met matten, maar wat nog belangrijker is; Je kunt je dojo inrichten als een echte Japanse dojo.

 

Hoe ziet een Japanse dojo eruit?

Allereerst tref je in de dojo een “kamiza”aan. Dit is de ereplaats en bevindt zich meestal tegenover de ingang. Meestal is dit een foto van de uitvinder van het judo. Jigoro Kano. Ook staat er meestal een “katane” (Japans zwaard) op een standaard en er is een Japanse waaier. Deze twee dingen symboliseren de “hardheid” en het “zachte” in het judo. In de traditionele dojo heeft elke wand zijn eigen betekenis en de judoka´s kunnen niet zomaar ergens gaan zitten. Vroeger was het gebruikelijk dat de meester met zijn rug naar de noordelijke wand zat, en met zijn gezicht naar het zuiden. De leerlingen kwamen dan de ruimte via de oost en/of west zijde binnen. Dit gaat natuurlijk niet altijd. Tijdens examens of wedstrijden zitten de jury of andere hooggeplaatste personen aan de kant van de kamiza. De hoogste banden zitten altijd het dichts bij de kamiza. Voor de les nemen de leraar en de leerlingen plaats aan de “shimoza-zijden”. Bij het begin van de les wordt eerst altijd gegroet voor de kamiza.  Leraar en leerlingen draaien weer terug en groeten op het commando; “Sensei-ni-rei”. Aan het einde van de les gebeurd hetzelfde alleen in omgekeerde volgorde.

 

  Hygiëne en Veiligheid voor alle judoka's !!! 

In onze dojo (judozaal) hebben we ons te houden aan diverse regels die betrekking hebben op hygiëne. Wat heel belangrijk is, is dat onze judoka`s schone handen en voeten hebben.  Ook het judopak en de band moeten er schoon en fris uitzien. Tot onze spijt zien we heel vaak dit soort dingen, wat toch echt n iet kan.Dus jongens en meisjes, laat alle sieraden thuis en zorg voor een schoon en fris uiterlijk!!!

 

Voor de lessen:

  • Verzorg (oude) wondjes thuis voor dat je naar de training komt.

  • Kortgeknipte en schone nagels.

  • Je JUDO-GI dient altijd schoon te zijn.

  • Zet je naam in je judo/Jiu-Jitsu pak, band en slippers. 

  • Meisjes hebben een shirt onder hun gi aan.

  • Lang haar in een vlecht + elastiekjes (geen ijzeren speldjes).

  • Het is niet toegestaan om sieraden te dragen, dus geen armbanden, ringen, oorbellen piercings, ect..

  • Men dient buiten de judomat slippers te dragen. 

Algemene regels:

  • Tijdig maximaal 10 min. voor aanvang van de training aanwezig zijn en bij afwezigheid of te laat komen zich verontschuldigen

  • Omkleden 10 min voor aanvang van de les in kleedkamer:

  • in de meisjeskleedkamer, geen pappa's of jongens.

  • in jongenskleedkamer, geen meisjes of mamma's.

  • Doe jouw spullen in een tas.

Voor de ouders:

  • Geen schoenen aan in de Dojo.

  • Telefoons uit.

  • Kijken mag, praten niet.

 


 

  Banden en Slippen 

 

Met de judoband strik je niet alleen je pak dicht. Je ziet ook hoe goed iemand kan judoën. Het is simpel. Hoe donkerder de band, hoe meer je van je tegenstander kunt verwachten. Op de witte band, waar je mee begint, krijg je een gele slip genaaid. Word je nog beter? Dan krijg je een oranje slip. Daarna wordt er een groene, een blauwe en uiteindelijk een bruine slip op je band genaaid. Pas daarna volgt de gele band, waarbij je ook weer gekleurde slippen kunt verdienen. Vervolgens krijg je de oranje band, waarbij je nog een groene, blauwe of bruine slip kunt halen. Zo gaat het door tot je de zwarte band hebt. Vooral al die banden en slippen doe je examens.

 

Witte band

of 6e Kyu

Gele band

of 5e Kyu

Oranje band

of 4e Kyu

Groene band

of 3e Kyu

Blauwe band

of 2e Kyu

Bruine band

of 1e Kyu

Zwarte band

voor 1e t/m 5e dan

Rood - witte band

voor 6e, 7e en 8e dan

Rode band

voor 9e en 10e dan

Brede witte band

voor 11e dan

 

Aan elke band kunnen kleine stukjes band gezet worden, deze heten slips. Deze slips zijn tussenstappen naar een volgende band. De slips zijn in dezelfde kleurvolgorde als de banden.

 

Een witte band kan een slip hebben in de kleuren (in oplopende rangvolgorde):

geel

oranje

groen

blauw

bruin

Zo kan een gele band een slip hebben in de kleur:

oranje

groen

blauw

bruin

Een oranje band kan een slip hebben in de kleur:

groen

blauw

bruin

En zo voorts. Een bruine band heeft nooit een slip.

 

De witte band (6e kyu) tot en met de bruine band (1e kyu) kunnen binnen de club worden behaald. De examens worden afgenomen door de trainer. De technische examens van 1e, 2e en 3e dan moeten worden afgelegd binnen het district. Deze examens zijn officieel en kunnen binnen Nederland alleen worden georganiseerd door JBN. De 4e en de 5e dan moeten worden behaald in een landelijk examen. Deze landelijke examens kunnen alleen worden georganiseerd door JBN. Vanaf de 5e dan hoeft er geen examen meer afgelegd te worden. De rood-wit geblokte en de rode band kun je verdienen door dingen te doen die de judo sport nationaal en internationaal ten goede komt. De brede witte band is een ereband. Alleen Jigoro Kano droeg deze.

 

Een rode band wordt ook gebruikt tijdens wedstrijden om de twee deelnemers te onderscheiden. Een van de twee draagt dan naast zijn normale judoband ook een rode band. De scores van deze judoka worden bijgehouden op het rode gedeelte van het scoreboard. De tegenstander is de witte partij. Officieel dient hij of zij naast zijn eigen judoband ook een witte band te dragen. Op jeugdtoernooien is dit echter niet gebruikelijk.


 

  Waza watte, oftewel de puntentelling 

Op een scorebord zie je hoeveel punten je hebt verdiend. De Waza-Ari's (WA), Yuko's (YU) worden bijgehouden. De namen voor de judopunten zijn Japans en klinken grappig. "Yuko" betekent een score van vijf judopunten. Doe je worp waarvoor de scheidsrechter je een "Waza-Ari" geeft? Dan levert je dat maar liefst zeven punten op. Soms scoort iemand met een "Ippon". Je krijgt tien punten en de wedstrijd is meteen afgelopen want je hebt gewonnen. Als er geen "Ippon" valt, wint iemand met een "Waza-Ari". Hebben beide judoka's een "Waza-Ari", dan kijkt men naar de "Yuko's"  


  DE SCHEIDSRECHTERTEKENS 

Als een judoka wordt bestraft met een shido (spreek uit:sjiedo), krijgt zijn wedstrijdpartner direct waardering op het scorebord. Maar de score wordt niet aangekondigd. Bij twee shido's krijgt de wedstrijdpartner een Yugo.

yuko

 

De score onder wazari is een yuko een score van 5 punten.

Het aantal yuko's dat gescoord kan worden is onbeperkt. Tijdens een wedstrijd kan een judoka 3 yuko's hebben gescoord, heeft zijn tegenstander een wazari gescoord, dan zal de judoka met de wazari winnen. De hoogte van de score is belangrijker dan het aantal. Een judoka kan op de volgende manieren een yuko scoren:
 

Als een judoka zijn wedstrijdpartner onder controle heeft geworpen, maar de techniek twee van de 3 voorwaarden mist die dooreen Ippon waardering gelden, bijvoorbeeld:

De techniek mist voor het grootste gedeelte de voorwaarde 'grotendeels op de rug' en ook één van de voorwaarden snelheid of kracht.

Als een judoka zijn wedstrijdpartner gedurende 15 seconden of meer, maar minder dan 20 seconden na de aankondiging osae-komi zo vasthoudt dat hij zich hier niet uit kan bevrijden.


Als een judoka wordt bestraft met een 2e shido krijgt zijn wedstrijdpartner direct een yuko waardering op het scorebord.

Wazari is de score onder Ippon, een score van 7 punten.

 Er kan op de volgende manieren een wazari gescoord worden:

Een 'bijna Ippon'-score.

Als een judoka zijn wedstrijdpartner onder controle heeft geworpen en die werptechniek net niet voldoende is voor een Ippon. Bijvoorbeeld als de werptechniek minder snel of minder krachtig werd uitgevoerd, of dat de vallende judoka niet voor het grootste gedeelte of zijn rug belandde.

Als een judoka zijn wedstrijdpartner gedurende 20 seconden of meer, maar minder dan 25 seconden na de aankondiging osae-komi zo vast houdt, dat hij zich hier niet uit kan bevrijden.

Als een judoka wordt bestraft met een 3e shido, krijgt zijn wedstrijdpartner direct een waza-ari waardering op het scorebord.

WAZA ARI AWASETE IPPON Een tweede waza-ari score die automatisch Ippon betekent. Het betekent dat twee waza-ari's één ippon maken

Ippon is de hoogste score bij het judo een score van 10 punten.

Als een judoka een Ippon scoort betekent dat meteen het einde van de wedstrijd. Een judoka kan op de volgende manieren een Ippon scoren:

Als een judoka zijn wedstrijdpartner gecontroleerd en met aanzienlijke kracht en snelheid werpt. Uke moet daarbij grotendeels op de rug geworpen worden.

Als een judoka zijn wedstrijdpartner gedurende 25 seconden na de aankondiging osae-komi zo vasthoudt, dat hij zich hier niet uit kan bevrijden.

Als een judoka opgeeft door met zijn hand of voet 2 of meer keer af te kloppen bijvoorkeur op het lichaam van de wedstrijdpartner. Meestal gebeurt dit tijdens een houdgreep, armklem of verwurging.

Als een judoka wordt uitgeschakeld door het resultaat van een toegepaste controletechniek (uitsluitend bij senioren) of wanneer Uke afklopt vanwege deze techniek. Door deze regel mogen scheidsrechters niet meer zelf ingrijpen wanneer zij denken dat een verwurging of aanklem voldoende is aangezet en het resultaat daardoor voldoende duidelijk is.

Als één van de twee judoka's een hansoku-make -bestraffing krijgt, wordt de andere judoka automatisch tot winnaar (met ippon) uitgeroepen.

 

Matté

 

 

De scheidsrechter steekt zijn hand recht naar voren en roept hierbij Matté. Als de scheidsrechter dit teken geeft dienen de judoka's te stoppen en terug te keren naar hun plaats. De scheidrechter geeft dit teken als er enige tijd niets in de wedstrijd gebeurd, of als 1 van de judoka's een verboden handeling uitvoert.

 

Osae-komi

 

Als een judoka zijn tegenstander in een houdgreep vast heeft, geeft de scheidrechter dat aan door zijn arm schuin naar voren te steken en roept Osae-komi. De scheidsrechter houdt dit teken circa 4 a 5 seconden aan.

 

Toketa

 

Wanneer een houdgreep verbroken wordt, geeft de scheidrechter dit aan met dit teken.

Wanneer aan de eind van een wedstrijd de stand gelijk is, beslissen de scheidrechters wie er gewonnen heeft. De scheidsrechters hebben allen een rode (of blauwe) en witte vlag. De hoofdscheidsrechter houdt de vlaggetjes recht voor zich. Op het moment dat de hoofdscheidsrechter HANTEI roept, steken de de drie scheidsrechters elke een gekleurd vlag omhoog. De judoka's die de meeste vlaggetjes krijgt, wint.

 

Wanneer een partij is afgelopen, wijst de scheidrechter de judoka aan die gewonnen heeft.

Buiten de mat

Wanneer 1 van de judoka's met een lichaamsdeel buiten de rode mat komt, geeft de hoek scheidsrechter dit aan door met zijn arm van links naar rechts langs de rand van de mat te bewegen. De hoofdscheidsrechter zal in dat geval matte (stoppen) roepen.

Sonemama

Wanneer tijdens een houdgreep gestopt moet worden, door bijvoorbeeld een blessure van de tegenstander, raakt de scheidsrechter beide judoka's aan en dient men na de behandeling in dezelfde positie te gaan liggen.

Yoshi

Wanneer er een sonemama situatie is geweest, raakt de scheidrechters wederom beide judoka's aan en roept yoshi. Beide judoka's mogen nu verder gaan met de wedstrijd.

Hajime (beginnen)

 

Dit zegt de scheidrechter aan het begin van de wedstrijd en na een matte. Hierbij maakt de scheidrechter geen gebaar.

Sore-Made

Als de scheidrechter Sore-Made zegt, is de de wedstrijd afgelopen. Hierbij maakt de scheidrechter ook geen gebaar.