|
Judo is
een sport voor iedereen. Voor jong en oud en voor zowel meisjes als
jongens. Duizenden judoka's beoefenen in de recreatieve sfeer met veel
enthousiasme de judosport. Daarnaast is judo ook een Olympische
wedstrijdsport. Wie kent onze Olympische medaillewinnaars Anton Geesink,
Wim Ruska, Henk Numan, Ben Spijkers, lrene de Kok, Theo Meijer, Mark
Huizinga, Claudia Zwiers en Jenny Gal niet. Veel judoka's zijn actief in
de wedstrijdsport. Zij trachten elkaar met een judoworp op de mat te
werpen of hun tegenstander met behulp van een grondtechniek onder controle
te krijgen. Een judoka gebruikt de kracht van zijn tegenstander om deze te
overmeesteren. Judo werd door Jigoro Kano (1860-1938) ontwikkeld vanuit de
traditionele Japanse vechtkunst Jiu-Jitsu. Voor de pedagoog Kano was Judo
niet zomaar een sport. Hij beschouwde het vooral als een opvoedkundige
methode. Door Judo leer je positief omgaan met agressie. Judo is bovendien
beschaafd. Zonder je tegenstander te blesseren, leer je hem of haar te
overmeesteren. Een van de belangrijkste uitspraken van Jigoro Kano luidt:
'Judo kun je alleen maar leren door het te doen!'
In 1909 werd professor Jigoro Kano lid
van het "Internationaal Olympisch Comité" en bezocht, beginnend met de 5e
Olympische Spelen in Stockholm (1912) alle volgende Olympische Spelen,
waaronder de 9e in Amsterdam in 1928. Toen hij daarvan terugkwam had hij
voor het eerst hoop, dat judo eens op de Olympische Spelen zou komen. Op
de I.O.C.-vergadering in 1938 te Cairo slaagde de Shihan erin Tokyo
aangewezen te krijgen voor het houden van de 12e Olympische Spelen. Dat
was het laatste wat deze opmerkelijke man, klein van stuk, maar van
uitzonderlijk formaat op velerlei gebied, voor de internationale sport kon
doen. Deze "vader" van de lichamelijke opvoeding en de sport in Japan en
grondlegger van het judo overleed aan longontsteking op de terugreis van
Cairo naar Japan aan boord van het S.S. "Hikawa Maru" op 4 mei 1938. De
onbeschreven periode (1938 - 1945) Na het plotseling overlijden van
professor Jigoro Kano werd N. Jiro de tweede president van de Kodokan
(1938 - 1946). Door de omstandigheden van de Tweede wereldoorlog kreeg het
judo een ernstige terugslag, niet alleen in Japan, maar ook elders in de
wereld.
Wie niet sterk is moet slim zijn
Aan brute spierkracht heb je bij Judo niet veel. Aan pienter uitgedachte verdedigingstechnieken des te meer. Judo is een verdedigingssport. Het gaat erom dat je iemand te slim af bent. Je leert technieken waarmee je een groter persoon op de grond kunt werpen. Hoe? Door hem uit balans te brengen. Stel: die pestkop uit je klas trekt hard aan je mouw. Jij trekt de andere kant op. Je kunt wel blijven trekken, maar wat als je plotseling mee zou geven? Juist! Die pestkop raakt uit balans en valt.
|
|
Tijdens een judotraining moet een judoka heel wat keren een val maken. Hij moet dat kunnen doen op een ondergrond die niet te hard is, maar ook niet te zacht. Vroeger vond je in veel dojo´s de originele Japanse Tatami´s (=judomatten). Deze mat is 188 cm lang, 94 cm breed en 6 cm dik en gemaakt van geperst rijststro. De bovenkant is gemaakt van zeer fijn geweven igusa-riet. Dit riet is zo fijn geweven dat er zelfs geen water doorheen kan.
Deze tatami vind je in alle Japanse woningen met dit verschil, dat de mat aan de lange zijden is afgezet met een 2 cm breed zwart lint. De Japanners bouwen hun huizen dan ook op de afmeting van de matten. Ze zeggen daar niet “ik heb een kamer van 3.60 bij 3.60 meter” maar “ ik heb een 8 matten kamer”. Om de matten zo schoon mogelijk te houden, moet je bij het betreden van een Japanse woning of hotel je schoenen uitdoen. Deze worden in een speciaal daarvoor bestemd rekje geplaatst en je krijgt hiervoor in de plaats een paar slippers aan je voeten. Deze slippers moet je ook weer uitdoen als je de hotelkamer binnengaat.
In de Japanse dojo is het hel vloeroppervlak bedekt met deze tatami. De Japanse rijststro tatami is er hard maar de vloer is zo gelegd dat het gehele vloeroppervlak mee-veert als er wordt gevallen. Je kunt je voorstellen dat er maar weinig dojo´s op deze manier zijn ingericht vanwege de hoge kosten. Behalve dat de Japanse tatami´s bijna niet meer te betalen zijn, zijn ze ook erg zwaar en geven veel stof. De matten die je tegenwoordig in bijna elke westerse dojo tegenkomt zijn gemaakt van kunststof. Ze hebben het voordeel dat ze behalve een uitstekende schokdemping, ook weinig problemen geven bij het leggen en het opruimen. Ze zijn redelijk licht en makkelijk schoon te houden. Deze matten zijn er in verschillende maten. De meest gangbare maat is 2 meter bij 1 meter, maar er zijn ook matten van 1 meter bij 1 meter en deze zijn natuurlijk nog beter te hanteren. Wil je zien hoe een wedstrijdmat is opgebouwd klik dan hier.
De judomatten hebben een heel sterke antisliplaag aan de onderkant waardoor ze nagenoeg niet schuiven. Dat is ook wel nodig, want met je tenen tussen twee matten komen is niet zo plezierig!!!!! De buitenrand van het matoppervlak bestaat meestal uit rode matten om zo de gevarenzone aan te duiden.
Bij judo is dit anders. Jongens en meisjes dragen dezelfde kleuren. Een judopak het een 'Judogi' of gewoon 'Gi' en bestaat uit een broek, een jas en een band. De judojas is van stevig dubbel geweven katoen, want er wordt flink aan getrokken. Dat zul je vast wel merken. De lengte van de jas is langer dan bijvoorbeeld bij karate, maar korter dan de Japanse kimono of “Yukata” (een soort avondkimono). Zo heb je ook de Kendogi en de Karategi. Bij kendo (ook een oosterse vechtsport) houdt een gesp de jas in het midden ter hoogte van de borst vast. De judojas heeft geen knopen of gespen of iets dergelijks. Dat zou te gevaarlijk zijn. Je zou jezelf of iemand anders kunnen verwonden.
Het traditionele judopak is wit van kleur. Je kunt dan het makkelijkst zien of het vuil is en gewassen moet worden. Op de Europese wedstrijden zien we eveneens het blauwe judopak. Anton Geesink is de initiatiefnemer en promotor van het blauwe wedstrijdpak. Het doel van zo´n blauw pak is meer duidelijkheid voor de toeschouwers en de scheidsrechters, wie nu eigenlijk wie is. Vooralsnog volgen de landen als Japan en Korea uit overweging van traditionele aard deze trend nog niet graag.
Meer dan in welke vechtkunst ook speelt de kleding een grote rol in het judo. Door middel van de kleding kun je je tegenstander op diverse manieren vastpakken, trekken en duwen en zo dus uit balans brengen.
Je draagt bij judo geen schoenen. Doordat je op blote voeten werkt, heb je een betere grip op de mat en ben je ook beter in staat om je balans te bewaren.
Hoe moet je je Judogi aantrekken? Bij het aantrekken van de broek zorg je ervoor dat de lusjes aan de voorkant zitten. Het lint dat door de bovenkant gaat eerst goed aantrekken, daarna aan de voorkant aan twee kanten door de lusjes halen en met een strik goed vastknopen. Voor de allerkleinsten onder ons zijn er ook broeken met een elastiek. Dat is natuurlijk wel zo makkelijk.
Je judojas wordt links over rechts dichtgeslagen en dichtgebonden door de judoband. (OBI)
Afhankelijk van de buikomvang van de judoka´s is de band ongeveer 2.40 tot 3.00 meter lang. Vrouwen droegen vroeger een speciale vrouwenband: een zwarte band met een witte lijn in het midden over de gehele lengte. Het knopen van de band gebeurd op een speciale manier en dat levert voor de beginner nog al wat problemen op.
Meest gebruikte manier stap voor stap.
2e wat moeilijkere manier stap voor stap. Deze manier van knopen wordt o.a. gebruikt door beoefenaars van de kata en bij wedstrijden omdat bij deze manier van knopen beide windingen als 1 lijn over de rug lopen.
Hoe moet je je Judogi opvouwen? Er zijn verschillende manieren om je Judogi op te vouwen. Een van die manieren gaat als volgt:
|
|
Letterlijk betekend DOJO plaats (jo) waar de weg (do) geleerd wordt. De weg die wij leren en beoefenen is de weg van het judo. Er zijn namelijk ook dojo´s waar een andere Japanse weg beoefend wordt zoals karate, aikido ens. Oorspronkelijk had het woord dojo een religieuze betekenis. Men bedoelde er een stuk heilige grond mee. Later gebruikten Boeddhistische monniken de term dojo voor de plaats waar ze hun meditatieoefeningen deden. Veel judoverenigingen beoefenen hun sport in een gymzaal omdat ze iet over een vaste ruimte kunnen beschikken. Eigenlijk maakt dat ook helemaal niet uit. Op het moment dat er matten in de zaal liggen en een aantal judoka´s bezig zijn met judo, is deze oefenruimte ook een dojo. Natuurlijk is de droom van elke judoclub, judoleraar of leerling een eigen vaste dojo te hebben. Een ruimte die alleen gebruikt wordt voor het beoefenen van budo (de verzamelnaam voor oosterse vechtsporten). Je hoeft dan niet meer voor elke training te slepen met matten, maar wat nog belangrijker is; Je kunt je dojo inrichten als een echte Japanse dojo.
Hoe ziet een Japanse dojo eruit? Allereerst tref je in de dojo een “kamiza”aan. Dit is de ereplaats en bevindt zich meestal tegenover de ingang. Meestal is dit een foto van de uitvinder van het judo. Jigoro Kano. Ook staat er meestal een “katane” (Japans zwaard) op een standaard en er is een Japanse waaier. Deze twee dingen symboliseren de “hardheid” en het “zachte” in het judo. In de traditionele dojo heeft elke wand zijn eigen betekenis en de judoka´s kunnen niet zomaar ergens gaan zitten. Vroeger was het gebruikelijk dat de meester met zijn rug naar de noordelijke wand zat, en met zijn gezicht naar het zuiden. De leerlingen kwamen dan de ruimte via de oost en/of west zijde binnen. Dit gaat natuurlijk niet altijd. Tijdens examens of wedstrijden zitten de jury of andere hooggeplaatste personen aan de kant van de kamiza. De hoogste banden zitten altijd het dichts bij de kamiza. Voor de les nemen de leraar en de leerlingen plaats aan de “shimoza-zijden”. Bij het begin van de les wordt eerst altijd gegroet voor de kamiza. Leraar en leerlingen draaien weer terug en groeten op het commando; “Sensei-ni-rei”. Aan het einde van de les gebeurd hetzelfde alleen in omgekeerde volgorde.
Hygiëne en Veiligheid voor alle judoka's !!! In onze dojo (judozaal) hebben we ons te houden aan diverse regels die betrekking hebben op hygiëne. Wat heel belangrijk is, is dat onze judoka`s schone handen en voeten hebben. Ook het judopak en de band moeten er schoon en fris uitzien. Tot onze spijt zien we heel vaak dit soort dingen, wat toch echt n iet kan.Dus jongens en meisjes, laat alle sieraden thuis en zorg voor een schoon en fris uiterlijk!!!
Voor de lessen:
Algemene regels:
Voor de ouders:
|
|
|
|
Waza watte, oftewel de puntentelling Op een scorebord zie je hoeveel punten je hebt verdiend. De Waza-Ari's (WA), Yuko's (YU) worden bijgehouden. De namen voor de judopunten zijn Japans en klinken grappig. "Yuko" betekent een score van vijf judopunten. Doe je worp waarvoor de scheidsrechter je een "Waza-Ari" geeft? Dan levert je dat maar liefst zeven punten op. Soms scoort iemand met een "Ippon". Je krijgt tien punten en de wedstrijd is meteen afgelopen want je hebt gewonnen. Als er geen "Ippon" valt, wint iemand met een "Waza-Ari". Hebben beide judoka's een "Waza-Ari", dan kijkt men naar de "Yuko's" |
|
| ||||||||||
|
yuko
De score onder wazari is een yuko een score van 5 punten.
Het aantal yuko's dat gescoord kan
worden is onbeperkt. Tijdens een wedstrijd kan een judoka 3 yuko's hebben
gescoord, heeft zijn tegenstander een wazari gescoord, dan zal de judoka
met de wazari winnen. De hoogte van de score is belangrijker dan het
aantal. Een judoka kan op de volgende manieren een yuko scoren:
Als een judoka zijn wedstrijdpartner
onder controle heeft geworpen, maar de techniek twee van de 3 voorwaarden
mist die dooreen Ippon waardering gelden, bijvoorbeeld:
| ||||||||||
|
Wazari is de score onder Ippon, een score van 7 punten.
Er kan op de volgende manieren een
wazari gescoord worden: | ||||||||||
|
Ippon is de hoogste score bij het
judo een score van 10 punten.
Als een judoka een Ippon scoort betekent
dat meteen het einde van de wedstrijd. Een judoka kan op de volgende
manieren een Ippon scoren:
| ||||||||||
|
Matté
De scheidsrechter steekt zijn hand recht naar voren en roept hierbij Matté. Als de scheidsrechter dit teken geeft dienen de judoka's te stoppen en terug te keren naar hun plaats. De scheidrechter geeft dit teken als er enige tijd niets in de wedstrijd gebeurd, of als 1 van de judoka's een verboden handeling uitvoert. | ||||||||||
|
Osae-komi
Als een judoka zijn tegenstander in een houdgreep vast heeft, geeft de scheidrechter dat aan door zijn arm schuin naar voren te steken en roept Osae-komi. De scheidsrechter houdt dit teken circa 4 a 5 seconden aan. | ||||||||||
|
Toketa
Wanneer een houdgreep verbroken wordt, geeft de scheidrechter dit aan met dit teken. | ||||||||||
|
| ||||||||||
|
Wanneer een partij is afgelopen, wijst de scheidrechter de judoka aan die gewonnen heeft. | ||||||||||
|