Algemene woorden  
yoi gereed staan
hajime begin, start
yame stop
kyukei rust, pauze
kekka geheel
hanka half
shizen natuurlijk
heiko parallel
hon hoofd, belangrijkste
fumi stampen
fumikomi stamp
osae duwen
harai wegvegen
sukui (op)scheppen
jun overeenkomst
gyaku tegengesteld
otogai iedereen, elkaar
sensei leraar
ko boog
kosa kruis
hasami schaar
to mes / zwaard
nuki speer, "doorborend"
yama berg
ji letter
neko kat
ki paardrijden
ba paard
hakutsuru kraanvogel
  Bijvoegelijke naamwoorden en voorzetsels
o- groot
ko- klein
hira plat
kutsu gebogen
hei gesloten
kai open
musubi gebonden
 
  Telwoorden  
ichi 1
ni 2
san 3
shi 4
go 5
rochu 6
sichi 7
hachi 8
kyu 9
iu 10
  Richtingen en plaatsen  
jo plaats
sonoba op dezelfde plaats
zen / mae / shomen voorkant
ko achter, achterkant
migi rechts
hidari links
mahanmi zijzicht
hanmi half-zijzicht
mashomen voorzicht
uchi binnen
soto buiten
choku recht
yoko zijwaarts
tate vertikaal
age omhoog
otoshi vallend, omlaag
kagi hoek
sei normaal, recht
seiretsu in rechte rij gaan staan
shiko vierkant
sabaki hanteren, verplaatsen
mawashi draaiend
mawatte omdraaien
tobi springen
nagashi schoon/weg vegen
  Lichaamsdelen  
tai lichaam
jodan hoog (keel en hoger)
chudan midden
gedan laag (lager dan band)
nakazumi centrale lichaamsas (vertikaal)
atama hoofd
men gezicht
ganmen middendeel van het gezicht
shamen slaap
suden punt tussen de ogen
me oog
nodo keel
kubi nek
mune borst
chushin centrum, middel, hart
suigetsu solar plexus
kin maagstreek
hara buik
do zijde van de romp
kata schouder
no arm
ninode bovenarm
hiji elleboog
kote / ude onderarm
ude pols, arm
tekubi pols
te / shu hand
shotei handpalm
teisho muis van de hand
haishu buitenkant van de hand (pinkkant)
haito zijkant van de hand (duimkant)
ken vuist
yubi vinger
oyayubi duim
koshi heup
ko dij
hiza knie
sune scheen
soku voet
ashi voet
kakato hiel
jodan hoog (keel en hoger)
chudan midden
gedan laag (lager dan band)
nakazumi centrale lichaamsas (vertikaal)
atama hoofd
men gezicht
ganmen middendeel van het gezicht
shamen slaap
suden punt tussen de ogen
me oog
nodo keel
kubi nek
mune borst
chushin centrum, middel, hart
suigetsu solar plexus
kin maagstreek
hara buik
do zijde van de romp
kata schouder
no arm
ninode bovenarm
hiji elleboog
kote / ude onderarm
ude pols, arm
tekubi pols
te / shu hand
shotei handpalm
teisho muis van de hand
haishu buitenkant van de hand (pinkkant)
haito zijkant van de hand (duimkant)
ken vuist
yubi vinger
oyayubi duim
koshi heup
ko dij
hiza knie
sune scheen
soku voet
ashi voet
kakato hiel
  Termen en groeten  
kon mi chi wa hallo
domo arigato bedankt
domo arigato gozai mashita hartelijk bedankt
  Budo termen  
kamae gevechtshouding
tai-sabaki lichaams-verplaatsing
hara centrum van het lichaam
ki energie, innerlijke kracht
kime focussen van ki
kiai strijdkreet
mokuso mediteren
zan-shin "overblijvende geest", alertheid, openheid, klaar zijn voor alles
bu krijg, als in krijger, krijsgkunst, etc.
do weg. Een levensweg. (tao in Chinees)
jutsu kunst, techniek.
rei buigen, groeten
reishiki budo etiquette
do-jo weg-plaats, trainingsruimte voor martiale kunsten
shinzen shinto-altaar
  Technieken  
tachi stand
waza techniek
tsuki / zuki stoot
geri / keri trap
uchi-waza slag-techniek
uke-waza wering-techniek
ate-waza techniek met kort bereik (b.v. elleboog- & knie-technieken)
  Oefenvormen  
kihon  
kata  
kumite  
renrakuwaza  
  Standen en zitposities  
ritsu staan
za zit, zitten
chakuza gaan zitten
kiritsu opstaan
za zitposities
seiza Zen-mediatie zit
fuza lotuszit
shizen-tai natuurlijke standen
hei-soku-dachi gesloten voet stand
musubi-dachi gebonden stand (attentie stand, voeten 90°)
heiko-dachi parallele stand
hachi-ji-dachi letter 8 stand
shizen-hon-tai standaard natuurlijke stand, voeten schouderbreedte
migi-shizen-tai rechts natuurlijke stand
hidari-shizen-tai links natuurlijke stand
jigotai defensiestand, voeten buiten schouderlijn
  ongelijke standen  
zenkutsu-dachi voorwaarts gebogen / naar voren leunende standen
jun-zuki-dachi junzuki stand (zenkutsudachi, stoot met voorste arm)
gyaku-zuki-dachi gyakuzuki stand (zenkutsudachi, stoot met achterste arm)
junzuki tsukkomi-dachi junzuki tsukkomi stand (zenkutsudachi helemaal uitgestrekt)
gyakuzuki tsukkomi-dachi gyakuzuki tsukkomi stand (zenkutsudachi helemaal ingedraaid)
kokutsu-dachi achterwaarts gebogen standen
kokutsu-dachi achterwaarts gebogen stand
mahanmi no kokutsudachi zijzicht achterwaarts gebogen stand
hanmi no kokutsudachi half-zijzicht achterwaarts gebogen stand
nekoashi dachi katvoetenstanden
mashomen no nekoashi dachi voorzicht katvoeten stand
mahanmi no nekoashi dachi zijzicht katvoeten stand
hanmi no nekoashi dachi half-zijzicht katvoeten stand
gyaku nekoashi dachi tegengestelde katvoeten stand
  gelijke standen  
sotowa-dachi buiten circulaire standen
shi-ko-dachi vier dijen stand (vierkante sumo stand)
kiba-dachi paarrijden stand (ruiter stand)
uchiwa-dachi binnen circulaire standen
naifanchi dachi  
yoko seishan dachi zijwaarts [?] stand (ook wel sanchin dachi)
tate seishan dachi vertikaal [?] stand (ook wel hanmi dachi = halve stand, jiyu dachi = vrije stand
moto dachi  
  andere standen  
kosa-dachi kruis stand
sagi-ashi dachi één-voet stand (kraanvogel stand)
  Hand- en voettechnieken
  vuisttechnieken  
sei-ken normale vuist (rug van hand boven, raakvlak twee binnenste knokkels)
tate-ken vertikale vuist (rug van hand buiten, raakvlak twee binnenste knokkels)
ura-ken achter-vuist (raakvlak bovenkant)
tettsui / kentsui hamervuist (raakvlak buitenzijkant)
age-zuki omhoog-stoot (uppercut)
kagi-zuki hoek-stoot (hoek)
furi-ken rondgaande slag met seiken vuist
mawashi-zuki rondgaande stoot
ippon-ken één(-vinger) vuist (vuist met wijsvinger half uitgestoken)
nakadaka ippon-ken één(-vinger) vuist (vuist met middelste vinger half uitgestoken)
oyayubi ippon-ken één(-vinger) vuist (vuist met duim half uitgestoken)
  gebogen hand technieken  
hira-ken knie-vuist (vlakke hand maar vingers opgetrokken)
ko-ken boog vuist (gebogen hand raakvlak nabij de pols)
keiko kippensnavel (alle vingertoppen tegen elkaar)
kai-shu waza open hand technieken
shu-to hand-mes (vlakke hand, raakvlak buitenzijkant)
hai-to binnen mes (vlakke hand, raakvlak binnenzijkant)
hai-shu achterhand (vlakke hand, raakvlak bovenkant)
nuki-te speer-hand (vlakke hand, raakvlak vingertoppen)
nihon nuki-te twee (vingers) speer-hand (twee vingers)
sho-tei palm-hand (opgetrokken hand, raakvlak onderkant palm)
hira-te binnenkant hand
toho holte tussen duim en wijsvinger
kaka-te haak-hand
ude-waza arm technieken
naiwan binnenste onderarm, pinkkant
gaiwan buitenste onderarm, duimkant
hiji elleboog
ashi waza voettechnieken
josokutei bal van de voet
yubisaki teentoppen
soku-to voet-mes
hai-soku binnen voet
cho-suko zool-voet
kakato hiel
sune scheen
hiza knie
  Bewegingen  
  Lichaamsverplaatsingen  
ayumi-ashi één stap
surikomi-ashi twee stappen
okuri-ashi dubbele stap, eerst uitstappend, dan bijstappend
tsugi-ashi dubbele stap, eerst bijstappend, dan uitstappend
mawatte 180° draai op de plaats
  Bewegingsprincipes  
noru meebewegen
nagasu "wegdrijven", ontwijken
inasu deflecteren
irimi binnendringen
kuzushi balans verstoren